Na de basisschool kun je naar het vmbo, de havo of het vwo.
Het vmbo duurt vier jaar. Op het vmbo kun je alle kanten op. Het bereidt je voor op een beroepsopleiding in het mbo. Met de theoretische leerweg kun je ook naar de havo. Bij sommige leerwegen moet je meer ‘denken’, bij andere moet je meer ‘doen’.
Als je veel moeite hebt met leren, dan kun je binnen het vmbo ook praktijkonderwijs volgen. Je krijgt dan geen diploma, maar wel een bewijs dat je praktijkonderwijs hebt gevolgd. Het praktijkonderwijs leidt je op voor een baan.
Je kunt leerwegondersteunend onderwijs volgen als je extra hulp nodig hebt, bijvoorbeeld bij het lezen. Of je krijgt les in een kleinere groep of tijdelijke opvang bij problemen thuis. Je kunt op deze manier gewoon een vmbo-diploma halen.
De havo duurt vijf jaar. Als je het havo-diploma hebt, dan kun je verder studeren in het hoger beroepsonderwijs.
Het vwo duurt zes jaar. Als je het vwo-diploma hebt, dan kun je verder studeren aan de universiteit. Je kunt met dit diploma ook naar het hbo.