Als je een opleiding volgt in het mbo, dan kun je daarna verder studeren aan een hogeschool. Je kunt ook gaan werken.
Iedere mbo-opleiding heeft vier niveaus en je moet een stage lopen. Je komt op een mbo-opleiding als je een diploma hebt van het vmbo of van het voortgezet speciaal onderwijs (vso).
Bij alle mbo-opleidingen loop je stage. Er zijn twee mogelijkheden: de beroepsopleidende leerweg en de beroepsbegeleidende leerweg. Dit laatste is werken en leren. Je werkt dan drie of vier dagen per week bij een leerbedrijf.
Sommige revalidatie-instellingen verzorgen mbo-opleidingen voor jongeren met een beperking. Ook gewone mbo-scholen bieden soms aangepaste opleidingen aan.
Meld je op tijd aan voor je opleiding, liefst al in de winter voorafgaande aan het jaar waarin je de opleiding wilt starten. Schrijf je in bij meerdere opleidingen. Wanneer de eerste keuze niet mogelijk blijkt, heb je nog alternatieven achter de hand. Zo voorkom je dat je straks een jaar lang thuiszit. Ook al weet je niet of je je VMBO-diploma gaat halen, inschrijven kan altijd.
Ga ook eens kijken bij verschillende scholen, zodat je kunt zien waar jij je het meest thuis voelt. Alle scholen houden hiervoor speciaal open dagen. Wanneer deze open dagen gehouden worden vind je op Schoolweb.
Kijk eens op Kennisnet. Je vindt hier ook informatie over werkstukken, solliciteren, eigen bedrijf en studie en stage in het buitenland.
De mbo-raad geeft een overzicht van mbo-scholen, agrarische scholen en vakscholen.
Wil je weten waar je terecht kunt voor steun? Op de website Onderwijs en handicap vind je steunpunten Opleiding en Handicap binnen de roc's en aoc's.
Aan het REA College kun je beroepsopleidingen volgen als je een arbeidshandicap hebt.
JOB geeft studietips bij een handicap en informatie over financiële steun bij een handicap.